Thomas Blatt groeit op in het Poolse plaatsje Izbica dat door de nazi-Duitsers gebruikt wordt als doorgangsgetto van Joden naar vernietigingskampen in Oost Polen. Als zestienjarige komt Thomas samen met zijn ouders en broer in Sobibor aan. Terwijl zijn ouders en broer meteen worden doorgestuurd naar de gaskamers wordt Thomas uitgekozen om dwangarbeid te verrichten. Hij moet de haren van vrouwen knippen voordat ze de gaskamers in worden gedreven. Zo herinnert hij zich hoe Nederlandse vrouwen aan de ‘kappers’ vroegen hun haar niet te kort te knippen.
Thomas is betrokken bij de opstand van 14 oktober 1943 en weet een half jaar verblijf in Sobibor te overleven. Tot het eind van de oorlog houdt hij zich schuil in het door antisemitisme geteisterde Polen. Hij keert terug naar Sobibor en zoekt naar overblijfselen. Na de oorlog emigreert Thomas Blatt in de jaren vijftig naar Israël, daar ontmoet hij zijn aanstaande Amerikaanse vrouw met wie hij naar de Verenigde Staten vertrekt. Hij hertrouwt en na de scheiding van zijn tweede echtgenote keert hij terug naar Polen. Nog jaarlijks bezoekt Thomas zijn geboorteplaats Izbica en de plek van voormalig vernietigingskamp Sobibor. Een groot deel van zijn leven is hij bezig om Sobibor uit de vergetelheid te ontrukken. Zo schrijft hij verschillende boeken over zijn oorlogservaringen en de opstand in Sobibor. Hij treedt in de jaren tachtig als getuige op in het proces tegen voormalig SS’er Karl Frenzel in het Duitse Hagen. In die periode voert hij ook een vier uur durend gesprek met Karl Frenzel. Hij heeft enkele kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
-
Selma Leydesdorff over Thomas Blatt
Ik bekeek het interview met Thomas Blatt opnieuw. Het is een gebroken interview waarin de camera steeds uit moet worden gezet. Omdat hij nerveus is en zo zijn best doet eet hij koek en wil hij koffie. Dat het zo moeilijk is komt door mij, het is mijn fout dat de afspraak eerst mis ging; dat vindt hij. Het heeft hem nerveus gemaakt; het eindigde ermee dat we elkaar najoegen, per taxi door ijskoud Warschau. Een televisie interview uit 2007 liet een jonger en levendiger man zien, maar hij is nu moe. Hij treedt te veel op, klaagt hij. Hij geeft te veel interviews. Door mijn betrokkenheid hebben we contact, we hebben een goede dag samen.
Het interview bestaat uit kleine stukjes; daarin zitten ontroerende fragmenten. Alles loopt door elkaar. Zijn stettl Izbica (2000 Joden) is voor hem nu het belangrijkst. Het is zijn band met het verleden, dat eigenlijk te jong is afgebroken. “Ik heb Sobibor nooit verlaten’ zegt hij aan het eind van het interview. Het is dan al laat in de middag. Ik probeer door een geweldig diner te bewijzen dat hij daar niet meer is. We genieten. En het leek alsof hij niet de hele dag had zitten eten. Zo gespannen was hij.
Dit is geen levensgeschiedenis, maar Toivi gaf zoveel als hij op dat moment aankon, hij ontroerde me de hele dag door. Ook al ging midden in zijn verhaal de telefoon, ook al weigerde hij die af te zetten. Tijdens het interview werd gemaild, en hij was vooral bezorgd zijn avondtrein naar Lublin te missen. Het vertelde mij veel over wat Sobibor heeft betekend.
Dialoog:
• ThB Ben jij joods
• SL ja
• ThB hoe kom je aan die lichte ogen
• SL zo geboren
• ThB Joden hebben toch baarden?
• SL Ja dan ben ik er geen